Bel gratis: 0800 - 235 2274

Partneralimentatie is niet vrijblijvend, je kunt het ook kwijtraken!

Partneralimentatie is tijdens de mediation vaak een heet hangijzer om het over eens te worden. Het is vaak een met emoties beladen onderwerp.

Zeker wanneer je, als je partner bij je weggaat, die ook nog eens de komende twaalf jaar partneralimentatie moet betalen. Helemaal is het vervelend als je ex dan ook nog kwaad over je spreekt, maar wel haar of zijn ‘hand ophoudt’.

Maar te sterke emoties kunnen de partneralimentatie doen verliezen. Zo verloor een mevrouw in hoger beroep haar recht op partneralimentatie omdat de rechter van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat een vrouw zich zodanig kwetsend en grievend heeft gedragen tegenover de man dat van lotsverbondenheid, de grondslag van de onderhoudsverplichting van ex-echtgenoten, geen sprake meer was en de bijdrage op nihil gesteld diende te worden.

In gewone mensentaal: ‘als je je ernstig misdraagt, raak je je alimentatie kwijt.

 

Ontwikkelingen in de partneralimentatie

In de praktijk merken wij steeds vaker dat partners minder recht hebben op partneralimentatie dan ze denken, maar ook daar bewust steeds vaker afstand van doen. Was het vroeger gebruikelijk dat ‘de vrouw’ het gezin runde, zo zie je tegenwoordig dat ‘de vrouw’ gewoon zelf een baan heeft en de partneralimentatie niet nodig heeft.

Vroeger was dat wel anders, want dan was de thuisblijvende partij niet in staat om na 20 jaar niet gewerkt te hebben, er een fatsoenlijk zelfstandig leven op na te houden. De achterstand op de arbeidsmarkt was gewoon te groot. Het is om die reden dat er werd gekozen om de termijn voor partneralimentatie op 12 jaar stellen.

Nu de maatschappij anders in elkaar steekt, is er ook een wetsverandering in de maak, die de termijn van 12 jaar aanzienlijk terugbrengt.

 

Wat verandert er volgens het initiatiefwetsvoorstel?

  • De grondslag om na de echtscheiding bij te dragen in het levensonderhoud wordt niet de huwelijks gerelateerde behoefte maar een compensatie voor ‘inkomensverlies’ dat door het huwelijk bij één van beiden is ontstaan. Het verdienvermogen van de ex-partner zal een grotere rol gaan spelen. Het wetsvoorstel prikkelt om een eigen inkomen te generen. Wel houdt het wetsvoorstel nog steeds rekening met hoe de zorg voor kinderen verdeeld wordt en met echtscheidingen na een langdurig huwelijk.
  • De berekening van de hoogte van de alimentatie wordt vereenvoudigd.
  • Na een huwelijk dat korter dan 3 jaar heeft geduurd, bestaat er geen partneralimentatieverplichting als zij geen gezamenlijke kinderen hebben die jonger dan 12 zijn.
  • De hoofdregel geldt dat de partneralimentatietermijn gelijk is aan de helft van de duur van het huwelijk met een maximum van 5 jaar. Heeft een huwelijk langer dan 10 jaar geduurd, dan bedraagt de alimentatieduur derhalve 5 jaar. Heeft de partneralimentatiegerechtigde de zorg voor jonge kinderen, dan eindigt de partneralimentatieverplichting niet eerder dan wanneer het jongste kind 12 jaar oud is geworden.
  • Verder eindigt de partneralimentatieplicht zodra de alimentatieplichtige de AOW-leeftijd bereikt.
  • Een ander belangrijk onderdeel van het initiatiefwetsvoorstel is de mogelijkheid dat de partners bij huwelijkse voorwaarden of bij geregistreerd partnerschapsovereenkomst kunnen afwijken van de regeling inzake partneralimentatie (dus niet de kinderalimentatie). Vraag dan wel de ondersteuning van een goede mediator of advocaat.
  • Het wetsvoorstel geldt niet voor bestaande alimentatieregelingen; deze worden niet aangepast als het wetsvoorstel wordt aangenomen.

 

Zelf goede afspraken maken met de mediator is voorlopig toch handiger!

Het wetsvoorstel is in juni 2015 ingediend door D’66, maar het zal nog even duren voordat het van kracht wordt, want het ligt nu ter beoordeling aan de Raad van State, een onafhankelijk adviesorgaan van de regering. De regering is verplicht om de Raad van State om advies te vragen. Als dit advies (eventueel na aanpassing) positief is, wordt het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend. Na goedkeuring van de Tweede Kamer, wordt het voorgelegd bij de Eerste Kamer. De Eerste Kamer kan alleen nog beslissen door middel van ‘Ja’ of ‘Nee’. Als de Eerste Kamer akkoord geeft, dan wordt de nieuwe wet bekend gemaakt en wordt er een datum van ingang bepaald. De Wet gaat dan in werking.

Contact met Basic-Mediation

Wil je meer informatie hoe tot goede afspraken met behulp van een mediator te komen? Neem contact op met Basic-Mediation voor een professioneel advies via het contactformulier, of bel naar 0800 BELBASIC (0800 235 22742).

Wil je meer informatie?

8 + 6 =

Pin It on Pinterest

Share This